De sloopaannemer dient te beschikken over een procedure voor de inspectie van het sloopobject en de uitvoering van een stoffeninventarisatie, die ten minste bestaat uit:
Voorafgaand aan de uitvoering van het sloopproject wordt een inspectie / stoffeninventarisatie uitgevoerd volgens de eisen in deze paragraaf. De resultaten worden geregistreerd en bewaard in het projectdossier.
De stoffeninventarisatie dient ten minste te omvatten de categorieën van
vrijkomende materialen die op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving
artikelen 7.25 en 7.26 zijn genoemd. (par. 7.1.5). Dat betreft de volgende categorieën
van vrijkomende materialen:
|
a. |
als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen als bedoeld in hoofdstuk 17 van de afvalstoffenlijst bedoeld in de Regeling Europese afvalstoffenlijst[3]., voor zover deze stoffen niet in de onderdelen b tot en met j van dit lid zijn opgenomen; |
|
b. |
teerhoudende dakbedekking, al dan niet met dakbeschot; |
|
c. |
teerhoudend asfalt; |
|
d. |
bitumineuze dakbedekking, al dan niet met dakbeschot; |
|
e. |
niet-teerhoudend asfalt; |
|
f. |
vlakglas, al dan niet met kozijn; |
|
g. |
gipsblokken en gipsplaatmateriaal; |
|
h. |
dakgrind; |
|
i. |
armaturen; |
|
j. |
gasontladingslampen. |
[3] Inclusief Chroom 6