De scheiding en inzet van vrijkomende materialen dient plaats te vinden conform het projectwerkplan, waarbij ten minste op de slooplocatie worden gescheiden en gescheiden worden afgevoerd de categorieën van vrijkomende materialen genoemd in het Besluit bouwwerken leefomgeving par. 7.1.5.; zie paragraaf 4.3.2). Dat betreft de volgende categorieën van vrijkomende materialen:
|
a. |
als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen als bedoeld in hoofdstuk 17 van de afvalstoffenlijst bedoeld in de Regeling Europese afvalstoffenlijst, voor zover deze stoffen niet in de onderdelen b tot en met j van dit lid zijn opgenomen; |
|
b. |
teerhoudende dakbedekking, al dan niet met dakbeschot; |
|
c. |
teerhoudend asfalt; |
|
d. |
bitumineuze dakbedekking, al dan niet met dakbeschot; |
|
e. |
niet-teerhoudend asfalt; |
|
f. |
vlakglas, al dan niet met kozijn; |
|
g. |
gipsblokken en gipsplaatmateriaal; |
|
h. |
dakgrind; |
|
i. |
armaturen; |
|
j. |
gasontladingslampen. |
De hierboven onder e tot en met j genoemde vrijkomende materialen hoeven niet op de slooplocatie te worden gescheiden en gescheiden te worden afgevoerd voor zover de bij de sloop vrijkomende hoeveelheid van het betreffende sloopmateriaal per categorie minder dan 1 m3 bedraagt.
In afwijking van de eisen in deze paragraaf kunnen vrijkomende materialen op een andere locatie worden gescheiden indien het scheiden op de slooplocatie redelijkerwijs niet mogelijk is, onder de voorwaarde dat het bevoegd gezag op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving hiermee schriftelijk heeft ingestemd.
Vrijkomende materialen die als een afvalstof moeten worden aangemerkt, worden afgegeven aan c.q. afgevoerd naar een hiertoe op grond van de Omgevingswet bevoegde ontvanger [5].
Voorafgaand daaraan wordt conform het projectwerkplan gecontroleerd of deze voldoen aan de criteria van afnemers zoals bedoeld in hoofdstuk 5. Bij afvoer van de als afvalstoffen aan te merken vrijkomende materialen wordt deze controle door de verantwoordelijk conform de beschrijving in het werkplan geregistreerd.
Ingeval van weigering van vrachten door de afnemers en / of bij klachten van afnemers inzake de aard en samenstelling van de aangeboden materiaalstromen in relatie tot de criteria van afnemers, wordt de procedure in paragraaf 2.5.4 gevolgd en wordt nagegaan of er aanleiding is om de risicoanalyse zoals bedoeld in hoofdstuk 5 aan te passen.
Indien als onderdeel van de opdracht aan de sloopaannemer de vrijkomende steenachtige materialen ter plaatse worden bewerkt met behulp van een mobiele puinbreker, is daarop het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing. De sloopaannemer bewaakt in dat geval dat wordt voldaan aan de volgende kernbepalingen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving voor de activiteit mobiel breken, par. 7.2 [6]:
5 Hieronder wordt verstaan een bedrijf dat op grond van het Besluit Activiteiten Leefomgeving een vergunning heeft op basis van par. 3.3.1, par. 3.3.13, par. 3.2.15 of afdeling 3.5 voor het op- of overslaan, be- en / of verwerken, storten of verbranden van de desbetreffende sloopmaterialen.
6 Het voldoen aan de overige voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijvoorbeeld ter
zake omgevingshinder, valt buiten de reikwijdte van de BRL SVMS-007 en is de verantwoordelijkheid
van de exploitant van de mobiele puinbreker.